Rons reisdagboeken
  • Thuis
  • Ron
  • Reisdagboeken
    • 2004 >
      • West-Canada
    • 2005 >
      • La Palma
      • Ardennen
    • 2006 >
      • Picardie
      • Turkije
      • Zwarte Woud
      • Luxemburg
    • 2007 >
      • Cuba
      • Dolomieten
      • Egypte
    • 2008 >
      • La Palma
      • China
      • Tokio
      • Oostenrijk
    • 2009 >
      • Lesbos
      • Boedapest
      • Vulkaaneifel
      • Westelijke VS
    • 2010 >
      • Madeira
    • 2011 >
      • Gent
      • Oostenrijk
    • 2012 >
      • Oostenrijk
      • Ardennen
    • 2013 >
      • Noord-Macedonië
    • 2014 >
      • Bulgarije
      • Ruhrgebied
    • 2015 >
      • Tadzjikistan
    • 2016 >
      • Kirgizië
      • Kroatië
    • 2017 >
      • Kaapverdië
      • Düsseldorf
      • Normandië
      • Slowakije en Krakau
    • 2018 >
      • Vietnam
      • Bergisches Land
      • Tallinn en Helsinki
      • Westelijke Balkan
    • 2019 >
      • Bolivia en Chili
      • Georgië
      • Rügen
    • 2020 >
      • Twente
      • Eifelsteig
    • 2021 >
      • Drenthe
      • Hondsrug
      • Schluchtensteig
    • 2022 >
      • Twente
      • Charleroi
      • Hermannsweg
      • Friesland
      • Azoren
      • Algarve
    • 2023 >
      • Klingenpfad
      • Malerweg
      • Albanië
      • Picos de Europa
    • 2024 >
      • Elzas
      • Duits-Luxemburgs Natuurpark
      • Galicië
      • Amalfikust
      • Evia
    • 2025 >
      • Tenerife en La Gomera
      • Luxemburg
      • Altmühltal-Panoramaweg
      • Andalusië
      • Andalusië Feestdagen
    • 2026 >
      • Sauerland

Boerenjongens
Wandelen in het Sauerland

In de week van Pinksteren trok, na bijna dertien jaar oorverdovende stilte, de vijfde langspeler van Boards of Canada de wijde wereld in. Opererend vanuit een afgelegen woongemeenschap te midden van de Schotse wouden hadden de onderhavige twee broers hun vervormde, van mystiek en melancholie doordrenkte synthesizertapijten aan het spreekwoordelijke vinyl toevertrouwd.
     Alsof de duvel ermee speelde, vertoefden M. en scribent dezes – geen broers, in tegenstelling tot wat menigeen pleegt te vermoeden – in dezelfde periode in een actieve melkveehouderij te Christianseck, een eveneens in een bosrijk buitengebied gesitueerde, losse verzameling boerenhoeves in het Sauerland, waarvan enkele aanvullende inkomsten genereren middels het bieden van zowel onderdak als maaltijden aan toeristen.
     Voor ondergetekende was – en is nog immer – het verblijf, net als de muziek van de zo-even gememoreerde band, omhuld door een aura van enigmatische snit, en wel hierom: is Hof Schneider, waar we in het jaar des Heren 2026 te gast waren, dezelfde boerderij als waar ik, en zeven wandelgenoten met mij, intrek nam tijdens de jaarwisseling van 2003, een en ander op poten gezet door dezelfde reisorganisatie? Tot op het moment dat deze woorden in het geheugen van mijn laptop werden vereeuwigd heeft het raadsel zich niet laten ophelderen: een opname van het onderkomen van ruim twintig jaar geleden ontbreekt ten enenmale in mijn fotocollectie, zodat een vergelijking met de huidige situatie was uitgesloten; Travellers kon me niet uit de knagende onzekerheid verlossen, vermits de oorspronkelijke eigenaar gedurende het interbellum tussen de twee vakanties met pensioen is gegaan; ook de mevrouw des huizes moest me het antwoord schuldig blijven; in en rond het verblijf herkende ik niets van destijds, mede ingegeven door het feit dat er toen sneeuw lag, er onlangs een veranda en terras zijn aangebouwd, en mijn grijze massa kennelijk het opslaan van songteksten van Arne Jansen prevaleert boven het maken van herinneringen, zoals dat heden ten dage zo mooi heet, maar daarover later meer; ten slotte stond de Wayback Machine mij weliswaar toe Travellers' homepage anno 2003 te bepotelen, doch alle onderliggende pagina's, waaronder de reisbeschrijving van het vermaledijde oud-en-nieuwarrangement, bleken te schitteren door afwezigheid in het internetarchief.
     Hoe het ook zij, M. en ik, de boerenjongens in kwestie, bewandelden het Sauerlandse dat het een aard had en plengden daarbij menig zweetdruppeltje, aangezien de lente de zomer in haar bol meende te moeten hebben.

Afbeelding
Kaart gebaseerd op OpenStreetMap.

Dag 1: Alverna – Nijmegen – Christianseck (Bad Berleburg)
​Zondag 24 mei 
2026

Het belooft aldus een zonovergoten week te worden met aanvankelijk juli-eske kwikstrapatsen en vanaf woensdag temperaturen die meer recht doen aan een vorderend voorjaar uit het boekje. Ofschoon het stralende weer een ander besluit rechtvaardigt, leggen we de inloopwandeling terzijde en vertrekken we pas na het middaguur naar onze bestemming. We doorkruisen de urbane agglutinatie met het knuffeltoponiem Ruhrpott, laten ons enkele Baustellen welgevallen en slingeren het laatste stiefe uur over secundaire wegen doorheen het Sauerland. Kneuterige dorpjes vol vakwerkhuizen en oubollige hotels en steile hellingen met graslanden en naaldbos wisselen doorlopend stuivertje. Tegen de avond worden we door mevrouw verwelkomd, die ons van ontbijt tot en met diner zal spijzigen en ons de koelkast met diverse Bosch-bieren en -radlers laat zien, en krijgen we beiden een royale panoramakamer met dito bedden toegewezen – dat alles voor een scheet en één knikker, en geen drie volgens het gezegde, vermits we tot twee keer toe reductie hebben gekregen van de wandelboer en de boeren ter plaatse dumpprijzen rekenen voor de natjes.
     Zoals elke avond te doen gebruikelijk zal blijken te zijn: "Essen um halb sieben."
     M. dan wel scribent dezes op dagdagelijkse basis in het gangetje dat wordt gesandwicht door onze beider kamers: "Eén minuut voor half zeven?"
     Scribent dezes dan wel M.: "Eén minuut voor half zeven."
     Zodoende melden we ons stipt op tijd aan de avonddis. Het eten is voortreffelijk: soep, asperges, aardappelen, salade, schnitzels met uienjus, ijs met chocoladesaus. Het vlees is in de regel van eigen slacht en veel groenten die te borde worden gebracht komen uit de naast de boerderij gelegen moestuin. Na de koffie pilsen we de dag af op het terras, vanwaar we uitkijken over de landerijen en er geen andere bewoning is te zien. In de stallen wordt nog gewerkt, een aantal poezen loopt over het erf. Twee andere pensiongasten keren terug, vermoedelijk van een etentje in Bad Berleburg.
     De schoondochter komt gedag zeggen en weet te melden dat er hier twee weken geleden nog sneeuw lag; ons voorstellingsvermogen wordt, met een tropische uitschieter in het vooruitzicht, danig op de proef gesteld.
     Ten slotte maakt de zon plaats voor de maan, tooien de wolken zich in Jan des Bouvrie-kleuren en koelt het af. In de informatiemap in onze kamers treffen we een overvloedige specificatie aan van aantallen vee, stuks tractoren en aanverwante landbouwmachines, soorten voedsel per seizoen, aantal hectares weide en zulks.

Dag 2: Goldeiche
Maandag 25 mei 2026

Gisteravond zagen we een toom kippen op het erf rondscharrelen. De onvermijdelijke haan blijkt bij het krieken van de dag goddank geoutilleerd met een mute-knop: een alleszins mezzoforte kukeleku ontsnapt aan zijn stemkop.
     Het vinden van een tijdstip voor het – naar wij weldra zullen ontdekken royale – ontbijt dat zowel mevrouw als ons schikt was voorwaar nog geen sinecure. Ten langen leste wordt om half negen de koffie geserveerd, opdat eerstgenoemde haar even matineuze als agrarische dingetjes kan doen en wij nog enigszins kunnen profiteren van de relatieve koelte in de ochtend – ofschoon het strakblauwe firmament een steile temperatuurgradiënt doet vermoeden.
     Vanuit ons onderkomen trappen we af middels een overwegend eenvoudige rondwandeling van twintig kilometer over stille asfaltweggetjes en brede steenslag- dan wel graspaden. Op niet meer dan drie klimmetjes, waarvan de lastigste over een welig overwoekerd spoor door het hoge gras voert, zijn punten voor het bergklassement te verdienen. Na een kwartier gaans, aan gene zijde van de L717, is ons vanaf een karrenspoor doorheen een kapvlakte met gele bremstruiken al een weids uitzicht over een halfopen, glooiend weidelandschap vergund – niet het laatste panorama dat onze dag kleur zal geven. Het is een opvallend gegeven voor een gebied dat tijdens mijn reeds gememoreerde vorige bezoek nog werd geroemd vanwege zijn uitgestrekte naaldbossen in plaats van zijn talrijke uitkijkpunten. De boomstronken en opgewipte wortelkluiten verraden dat er na de jaarwisseling van 2003 drastische veranderingen hebben plaatsgevonden. Deze kunnen goeddeels op het conto worden geschreven van stormdepressie Kyrill, die in de prille dagen van 2007 met orkaankracht over West-Europa trok en onder meer in het Sauerland een kaalslag onder het bomenbestand aanrichtte. Miljoenen fijnsparren, als exoten niet opgewassen tegen dergelijk natuurgeweld, werden ontworteld of knapten als luciferhoutjes. Bospercelen die de Jahrhundertsturm glansrijk hadden doorstaan werden nadien het lijdend voorwerp van de letterzetter, minuscule kevertjes die zich te goed doen aan hout en wier vraatzucht de sapstromen in de stam blokkeert, waardoor de boom op den duur het loodje legt. Dat de gepanserde insecten niettemin schijnbaar kieskeurige eters zijn toont het naaldhout aan dat door alle eenentwintigste-eeuwse rampspoed ongemoeid is gelaten.
     Waar de plaatselijke flora zowel meteoro- als entomologisch wordt uitgedaagd, heeft de dito fauna recentelijk te duchten van de Afrikaanse varkenspest. Het dienovereenkomstige virus waart ongebreideld rond onder de wildezwijnenpopulatie: sedert vorig jaar zijn alleen al in Nordrhein-Westfalen bereids meer dan zevenhonderd dieren het spreekwoordelijke haasje geworden. Als we voor een boerderij uit de twee mogelijke afslagen naar links opteren voor de verkeerde, worden we terstond aangesproken door een uit het raam hangende jongen: of we even op de gemarkeerde paden willen blijven. "Wegen der Afrikanischen Schweinepest, verstehen Sie."
     We maken gebruik van de optie de route met ruim tweeënhalve kilometer te verlengen. Na een aardig dalletje gaat het stijgingspercentage in de lift in de richting van een voormalig heuvelfort. Vermits van onderhavig versterkt toevluchtsoord hoegenaamd niets meer is te zien, laten we de toppoging voor wat het is en volgen we in plaats daarvan een pad langs deze of gene isohypse rond de berg.
     Rond het middaguur bereiken we de ster van de mars, te weten de Goldeiche. Het handelt hier om een kunstmatig opgeleukte zomereik, waarvan naar zeggen slechts luttele exemplaren in het wild kunnen worden aangetroffen. Qua beide aspecten is de Goldeiche als het ware de Dave Roelvink onder de bomen. Waar de meermaals veroordeelde mediapersoonlijkheid bekendstaat om zijn haartransplantatie en Dato-witte ersatz-kronen, mag de loofboom in kwestie in het voorjaar pronken met frietgeel uitlopend gebladerte – dit in tegenstelling tot zijn alledaagse eikenbrusjes wier kronen van quitte af aan groen smoelen. We eten een broodje op een bankje in de schaduw van Dave en ontsnappen even daarop aan de egosfeer van de plantaardige blitskikker.
     De routebeschrijving wijst ons op een gele paal in het landschap, die een transportleiding markeert waardoor Russisch gas zou stromen. Ondanks dat de tekst kennelijk sinds 2022 niet meer is aangepast, kunnen we er nog prima mee uit de voeten.
     Ten minste een kwartet buizerds zweeft miauwend boven de met jeneverbesstruiken behepte graslanden.
     Dat we er een verhard weggetje links opgaan is het enige wapenfeit dat Wemlighausen het vermelden waard maakt.

     Net na drieën staan we oog in oog met de aankondiging van de vlek Laibach, juist te laat voor koffie met wafels in de enige horecagelegenheid die we vandaag op ons pad aantreffen. Desondanks leg ik het kombord op de gevoelige plaat vast – vanzelfsprekend vanwege de naamsovereenkomst met een zeker Sloveens orkestje waarvan wij beiden geen uitgesproken fan zijn.
     Een uurtje later weten we een frontale botsing met de koelkast ternauwernood te voorkomen, zo groot is de behoefte aan een dorstlessende versnapering. De broccoli is conform oma's receptenboek klaargemaakt, maar deze culinaire faux pas wordt ruimhartig gecompenseerd door de aspergesoep, een ons onbekende, doch navenant maagverstuikende bereiding van aardappel, sla, rollade en een toetje van rabarber, ijs en een discodip van regenbooghagelslag. Tijdens de uitbuiksessie op het terras nemen we de mestgeur graag voor lief.

Dag 3: Wisentpfad
Dinsdag 26 mei 2026

De wisent is de Europese pendant van de Amerikaanse bizon. Nadat het laatste Duitse exemplaar van de zwaargebouwde grazer in 1775 het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld, maakte het iconische rund in 2003 een glorieuze comeback bij onze oosterburen: in dat jaar werden een stier, vijf koeien en twee kalveren uitgezet in de zogenoemde Wisent-Wildnis, een omheind terrein van twintig hectare dat zich slechts vijfentwintig kilometer van ons verblijf ophoudt. Sinds de herintroductie is de kudde, de enige in zijn soort in West-Europa, gegroeid tot enkele tientallen stuks. Het wildpark voorziet, naast horeca, in een bewegwijzerde struinroute van drie kilometer, die bezoekers de mogelijkheid biedt kennis te maken met het grootste levende landdier van het oude continent.
     In weerwil van de verwachte tropische hitte zou het onze eer te na zijn linea recta naar het onderhavige reservaat te rijden en aldaar na een blokje om neer te ploffen op het terras voor Kaffee und Kuchen. Liever opteren we voor het Wisentpfad, een dagtocht van vijftien kilometer – exclusief het zo-even gememoreerde, recreatieve ommetje – die langs de ingang van de Wisent-Wildnis voert. We vullen derhalve de veldflessen, sluiten de auto af bij de atletiekbaan van Wingeshausen, tooien onze ingesmeerde hoofden met een pet, hangen de dagrugzakken om en zetten de eerste stappen. De markering – een gestileerde, liggende R op een zwarte achtergrond en in die hoedanigheid duidend op een Zugabe van de onder wandelaars bekende Rothaarsteig – laat nog even op zich wachten, doch de houten, stalen en plastic wisenten die menig voortuin dan wel pui decoreren doen vermoeden dat we goed zitten. Ter hoogte van het eerste teken dient de eerste gelegenheid tot een parelende dorstlesser zich reeds aan – toch niet: Ruhetag.
     Onze respectievelijke zweetklieren zien zich al snel genoodzaakt te leveren, maar steeds als we de weergoden erom verzoeken wordt een aangenaam briesje ingestart.
     De navigator – scribent dezes – valt niet te benijden: de kaart ontbeert het nodige detail en de routeaanwijzingen lijken her en der amper te verenigen met de werkelijkheid. Ook de gps, dat attribuut dat in zulke gevallen gewoonlijk soelaas pleegt te bieden, ziet sommige onverwachte afslagen naar speciaal ten behoeve van het Wisentpfad aangelegde, smalle paadjes over het hoofd. Waar we volgens de reispaperassen op 2,2 kilometer het eerste Wassertretbecken* passeren, kan ik me nauwelijks aan de indruk onttrekken dat we het dubbele hebben afgelegd.
     Laatstgenoemde veronderstelling vormt de opmaat tot het nu volgende, ten bate van lezer dezes enigszins gecomprimeerde bilateraaltje.
     Ik: "Ligt het aan mij of is het gewoon warm?"
     M.: "Het is best warm inderdaad."
     [Stilte.]
     Ik: "Ik denk dat we al bijna vijf kilometer hebben gelopen in plaats van tweeënhalf."
     M.: "Het voelt wel als iets meer dan tweeënhalve kilometer, ja."
     Ik: "Dan komen we zelfs zonder dat extra rondje al op achttien uit."
     M.: "Dat zou best kunnen."
     [Stilte.]
     Ik: "Dan zitten we dus op eenentwintig als we het park in gaan. Dat vind ik best veel op zo'n warme dag als vandaag."
     M: "We kijken wel even."
     [Stilte.]
     Ik: "Vlak na dat wisentengedoe krijgen we een steile klim voor onze kiezen."
     [Stilte.]
     Ik: "Die beesten zijn ook niet gek. Die zoeken natuurlijk verkoeling, onder een groepje bomen of zo, en dan wij daar hup zo nietsvermoedend voorbijlopen."
     M.: "Hmm."
     Ik: "In die dierentuin in Bielefeld hebben we ook niks gezien. Wat was dat een sof, zeg."
     [Lange stilte.]
     M.: "Ik ben eigenlijk helemaal niet zo van de dierenparken."
     Ik: "Nee, ik ook niet."
     Na een tijdlang de omheining van de Wisent-Wildnis aan onze respectievelijke linkerhanden te hebben gehouden, bereiken we de immense parkeerplaats, waar zegge en schrijve één hele camper staat. Bij het toegangshek zien we het briefje hangen dat ons – of liever: mijn – dilemma in rook doet opgaan: het park blijkt al sinds juli vorig jaar permanent gesloten, toen geconstateerd werd dat een dier besmet was met de Afrikaanse varkenspest. Om verdere verspreiding van het voor mensen onschadelijke virus tegen te gaan, is publiek er tot nader orde** niet meer welkom. En dat doet tot ontsteltenis van onze dorstige kelen en ons gebakminnende spijsverteringsstelsel ook opgeld voor het aangrenzende dranklokaal – een helaas louter metaforische koude douche.
     Een kilometer verderop, aan de voet van het pittige klimmetje, vinden we een overdekte zitbank, waar we de innerlijke mens versterken en ons de schaduw laten welgevallen.
     Behalve de gekapseisde R worden paaltjes en boomstammen nu ook gesierd door een T op zijn kop. Nu de fijnsparren bijna op zijn, heeft de letterzetter zich klaarblijkelijk gespecialiseerd in het vandaliseren van de routemarkeringen.
     We bereiken het hoogstgelegen punt van het Wisentpfad (ruim 650 meter boven zeeniveau) en het is dan ook niet onlogisch dat we stuiten op de Rothaarsteig, een langeafstandswandelpad dat de hoogste toppen van het Sauerland aan elkaar knoopt. Om een en ander kracht bij te zetten heffen we Meisjes met rode haren aan, het magnum opus van Arne Jansen zaliger.
     De aanwijzingen die wij thans gehoorzamen schreeuwen om een opfrisbeurt: er wordt gerept van bospaden dat het een aard heeft, maar dit is buiten de kettingzagen gerekend die het ernstig verzwakte geboomte hebben gereduceerd tot armzalige stobben.
     We komen uit bij het wandelequivalent van knooppunt Ridderkerk, waar een handwijzer met circa vijftien bordjes de aandacht tracht te trekken. Onze blik glijdt echter naar links, in de richting van een negorij met de merkwaardige naam Jagdhaus (71 inwoners en 167 gastenbedden, aldus de Duitstalige Wikipedia), in het bijzonder het aldaar prominent aanwezige grote buitenterras. We weten niet wat ons overkomt: er zitten eters en er is zowaar nog een tafeltje voor ons vrij. Prompt laten we twee grote glazen Apfelschorle, gebak en soep aanrukken.
     Na de gastronomische onderbreking blijft de Rothaarsteig op de kam; wij nemen daarentegen een smal paadje teneinde de zo manhaftig verworven hoogte gaandeweg weer in te leveren. Het halfopen landschap zet zich voort met gemengd bos en schilderachtige valleien waarin de Ihrigebach, de Eberbach en de Bortlingsbach zich een weg bergafwaarts banen. Terwijl in onze hoofden de laatste klanken van het rijke oeuvre van Arne Jansen verdwijnen in de mist van onze gedachten, wordt het veld in zijn vrijheid beknot door middel van een medley van fonkelnieuwe afrasteringen, veeroosters en hekwerken om het borstelwild het grenzeloos wroeten te beletten.
     Op de dalvloer van de Bortlingsbach vinden we hotel-restaurant Forellenhof, de laatste mogelijkheid om een terrasje te pikken. Er is geen levende ziel te bekennen, maar de deur is open en er staat een ruim assortiment aan dranken en zoetigheden uitgestald ter zelfbediening. Verbazing en opluchting – dat dit nog kan anno 2026 – vechten om voorrang als we zien dat er voor honderden euro's aan pecunia in het geldkistje zit; we hebben geen camera kunnen ontdekken.
     We klimmen ter afsluiting nog even een voormalig hellingbos in en algauw liggen de eerste huizen van Wingeshausen aan onze voeten.
*Wassertretbeckens zijn ontsproten aan het brein van de Beierse priester, natuurgeneeskundige en hydrotherapeut Sebastian Kneipp. Het zijn pierenbadjes met koud water, veelal langs wandelpaden, waarin vermoeide voeten krachtens Kneipps theorettes na een paar rondjes in struisvogelpas lopen weer als herboren zouden voelen. M. en ik vergaten telkens per ongeluk expres een handdoekje mee te torsen.
**Tijdens het uitwerken van dit verslag bleek tot nader orde 4 juni 2026 te zijn, ofwel anderhalve week later...

Dag 4: Wittgensteiner Schieferpfad
Woensdag 27 mei 2026

In de reisinformatie stuitten we op de volgende passage aangaande het Wittgensteiner Schieferpfad.
"Voor deze tocht moet je behoorlijk trittsicher zijn en geen last hebben van erge hoogtevrees,
omdat je een aantal keer over smalle paadjes over steile hellingen wandelt. Bij regenachtig
weer kun je deze tocht beter niet kiezen, dan kan de route op veel plaatsen onplezierig glad
worden."
Nu zit Pluvius al een week duimen te draaien en ook vandaag krijgt het weer, ondanks dat de nacht niet heftig was, een dikke tien. Maar de ouders van wandelkompaan M. stonden in het jaar des Heren 1971 niet bepaald vooraan bij het ogendistributiepunt en derhalve is voor vertrek zelf onderzoek doen het devies. Gelukkigerwijs worden de Duitse Wanderwege, of het nu de Schluchtensteig, de Malerweg of het Schieferpfad is, te allen tijde bepoteld door wandelaars in bezit van een GoPro, die hun lotgevallen naderhand menen te moeten delen met de YouTube-goegemeente. Lang verhaal kort, het varkentje – al dan niet besmet met de Afrikaanse varkenspest – is wasbaar bevonden; zelfs het gegeven dat de hiker in kwestie op zijn gat valt op een hachelijk afdalinkje ("Scheiße!") doet M. niet terugkomen op zijn besluit.
     Net als het Wisentpfad is het Wittgensteiner Schieferpfad een gecertificeerde Premium-Wanderweg. Volgens de literatuur is het in de deelstaat Nordrhein-Westfalen zelfs een van de beste in zijn soort, met liefst 64 punten! Over wat dat precies behelst tasten we in het duister, maar het lijdt geen twijfel dat het wat belooft.
     Overigens betekent Schiefer leisteen, al doet het hoogteprofielkaartje op donkerbruine wijze vermoeden dat sommige paden daadwerkelijk schuiner zijn dan andere. Onderweg zullen we een aantal oude leisteengroeves passeren die inmiddels zijn opgeëist door de natuur, en waarin talloze vleermuizen domicilie hebben gevonden. Niet voor niets volgen we de bordjes met het voornoemde vliegende zoogdier als beeltenis.
     De uitmuntende markering is een van de frappante overeenkomsten met de ons welbekende N70 rond Berg en Dal. Andere gelijkenissen zijn de uit zijn slof schietende hellingspercentages, de buitengewone variatie en de onenigheid over de afstand – schattingen lopen uiteen van dertien tot zeventien kilometer.

Vanaf de Wanderparkplatz net buiten Bad Berleburg worden onze nog fitte beenspieren gelijk even op de proef gesteld, maar al snel is het ontspannen kuieren over een breed, tegen een helling aan gelegen graspad. De gematigde temperatuur vormt een verkwikkend additief. Alvorens we een slingertraject doorheen een gemengd bos aanvatten, bekijken we het stadje in droneperspectief. Een uurtje verderop zien we het herderlijke vakwerkmekka Raumland in de diepte liggen, in de toeristische literatuur ook wel aangeduid als het leisteendorp. Hier liggen dan ook enkele verlaten groeves aan de route. Een haas schiet over het pad. Als we de linkeroever van het beeldschone, snelstromende riviertje de Eder een tijdlang volgen, weten we dat we het laagste punt van het Schieferpfad hebben bereikt en dat de respectievelijke klimgeiten in ons aanstonds ruw uit hun dito powernaps zullen worden gerukt.
     Als we pal voor een asfaltweg scherp linksaf slaan, krijgen we inderdaad een smal zigzagpaadje voor onze kiezen dat venijnig bergop gaat. Daarmee is de koek allesbehalve op: in het kielzog van het klimmetje bevindt zich een labyrint van bomen, stenen en rotswandjes – de natuurlijke evenknie van avonturenpark Drievliet. Het is anderhalve kilometer apenkooien geblazen, doch onderhavige passage mag voorwaar gezien worden. In een grassig beekdal kunnen we enigszins herstellen van de geleverde inspanningen, maar daar gaat het alweer hemelkoepelwaarts langs enkele fraaie rotsformaties en voormalige leisteengroeves. Terwijl we zicht- en hoorbaar Bad Berleburg naderen, worden onze kegeltjes en staafjes andermaal in de watten gelegd door de laatste weidse panorama's.

Dag 5: Rotmilan-Höhenweg Nordschleife
Donderdag 28 mei 2026

De Rotmilan-Höhenweg is een twee- of driedaagse trektocht die is vernoemd naar de rode wouw, een roofvogel die algemeen voorkomt in het Sauerland. Het oorspronkelijke tracé heeft bovendien met wat fantasie de contouren van onderhavige gevleugelde vriend. De wandelroute is in het voorjaar van 2014 in gebruik genomen en is het initiatief van vijf Heimat- und Verkehrsvereine (vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor het behoud van lokale gebruiken, het bewaken van de leefbaarheid in het dorp en het stimuleren van het toerisme), die ten behoeve van de ontwikkeling en het onderhoud van het traject hun krachten bundelden in een belangenorganisatie.
     Bundelden, want nog geen jaar na de feestelijke opening ontstond er een Amerikaanse Burgeroorlog op miniatuurschaal: Noord, dat wil zeggen de dorpsvereniging Wunderthausen, had unaniem besloten zich terug te trekken uit het partnerschap. In een schrijven lichtte de Unie toe dat er een verschil van mening was ontstaan met de voorzitter, ene Hartmut Dienst uit het Zuidelijke Diedenshausen, en dat hun van gekissebis gespeende samenwerking in de toekomst ondenkbaar scheen. Desondanks bleken de inwoners van Wunderthausen bereid het onderhoud van het pad op zich te nemen, maar dit aanbod werd praktisch onhaalbaar geacht door de man met de hamer, die in een dienstmededeling op eigen titel liet weten namens de hele Confederatie te spreken, hetgeen het conflict, smakelijk opgedist in de plaatselijke sufferdjes, verder deed oplaaien. Ook de aan de Unie gelieerde langlaufvereniging, die een fonkelnieuwe skihut pal aan de zogeheten Nordschleife had laten opleveren om wandelaars in rotten van tien te laven en te voederen, wilde niet opdraaien voor de exploitatie van het traject rond Wunderthausen. Ten langen leste werd besloten de markeringen in de Noordelijke lus te verwijderen en een alternatief uit te zetten in de naburige deelstaat Hessen, een proces dat meer dan vijf jaar in beslag heeft genomen.

Onze vandage wandeling voert over een groot deel van de vermaledijde noordelijke tak van de Rotmilan-Höhenweg. Zoals de naam reeds doet vermoeden loopt de tocht hoofdzakelijk op hoogte, bovenlangs het dal van het riviertje de Elsoff. Panorama's zullen dan ook ons deel zijn, in tegenstelling tot hellingsgerelateerde klemmen en voetangels. Ofschoon we enkel een der twee vleugels van de rode wouw aandoen, zit het venijn in de staart, te weten een slotklim van ruim tweehonderd hoogtemeters. Het weer – een diepblauw uitspansel met louter een even verdwaalde als vriendelijke wolk, allerhande zuchtjes wind en een beschaafde kwikstand – laat weinig tot niets te wensen over.
     Daar waar onze dagmarsen plaatshebben heerst de sfeer van het geïsoleerde boerenbestaan. Alle boerderijen liggen dermate afgelegen dat ze dikwijls met naam en toenaam worden vermeld op het kaartmateriaal en in de routeaanwijzingen. Pas tweeënhalve kilometer gaans vanaf Hof Schneider passeren we de witte boerderij van de familie Winter en is de volgende in geen velden of wegen te bekennen. We verlaten het eenzame asfalt ten faveure van brede steenslagwegen doorheen uitgestrekt, zonwerend houtgewas. Zoals de afgelopen dagen ook al het geval was komen we haast niemand tegen en ervaren we op gezette tijden haast volmaakte stilte.
     Ter hoogte van het gehucht Kraftsholz – amper een handvol opstallen en een bushalte – betreden we het "oorlogsgebied" en moet de navigator het zonder de tekens stellen.
     Na een lange, geleidelijke klim door bos en over halfopen hellingen bereiken we een mijlpaal van onderhavige vakantie: de top der toppen, op 789 meter boven zeeniveau. Het is tevens het hoogste punt van het Kreis Siegen-Wittgenstein, als zodanig aangegeven middels een plaquette op een steen.
     Halverwege stuiten we op een stenen tafel met zitbanken rondom, waar we besluiten te rusten en te eten. De zo-even gememoreerde stilte blijkt broos: een auto penetreert ons blikveld op enige afstand.
     De middag staat in het teken van mooie vergezichten. Het land heuvelt sterk en steeds ligt het in-de-contramineë Wunderthausen in de diepte. Het landschap wordt slechts zo nu en dan lichtelijk ontsierd door Dato-witte windmolens – betiteld als windturbines door dezelfde belerende sujetten die erop staan dat stoplichten verkeerslichten worden genoemd, en zebrapaden voetgangersoversteekplaatsen – die kennelijk in groepjes uit de grond schieten.
     Diedenshausen is met zijn rijke verzameling vakwerkhuizen alleszins het bekijken waard en een schaduwrijk horeca-accentgebied met kordate bediening ligt dan ook voor de hand. De plaatselijke bakker slash kruidenier slash Konditorei is echter buiten zijn boekje gegaan qua openingstijden. Zonder de weldadige nasmaak van Kuchen en Apfelschorle beginnen we derhalve aan de kuitenbijter naar het plateau, die aanvankelijk langs de bosrand loopt en vervolgens over een overwoekerd tractorspoor.
     Desgevraagd heeft mevrouw flessen appelsap en mineraalwater in de koelkast gezet, waarmee met een stukje zelfbouw naar de droge kelen toe Apfelschorle kan worden gefabriekt. De keuken is vanavond gesloten, waardoor we ons dinergevoeg doen op een klein, beschut terras in Bad Berleburg.

Dag 6: Via Adrina
Vrijdag 29 mei 2026

Er ligt een weersomslag op de loer. Nog eenmaal zijn de kwikkolommen van zins de zwaartekracht te tarten, waarna de warmte Oostblokwaarts zal worden verdreven. Er wordt dan ook onweer verwacht en in Nederland is reeds code oranje uitgegeven voor zware buien. Voor het eerst gaat de regenjas mee, bezwijkend onder het gewicht van liters water.
     Het uitserveren van het ontbijt laat enige ogenblikken op zich wachten vanwege de geboorte van twee kalfjes.
     De nederzetting Oberes Hüttental is het onofficiële begin van de Via Adrina – leisteenlatijn voor Ederweg. Het grillige achtje van 21 kilometer rond de wufte meanders van de Eder is een Premium-Wanderweg en in 2009 bovendien verkozen tot de op twee na mooiste wandeling van Duitsland. De eerste anderhalf uur laten in ieder geval al een enorme variatie los op degenen die de natuur bij voorkeur per benenwagen beleven: dwars over weilanden met verre uitzichten, kruip-door-sluip-doorpaadjes door bosranden en grindwegen doorheen loof- en naaldwoud.
     In het pittoreske Arfeld ziet het ernaar uit dat alleen de afhaalpizzeria de naar een dorstlesser hunkerende wandelaar ter wille wil zijn; we besluiten op een ander paard te wedden, en wel de horeca in het voormalige stationsgebouw, maar na een eindje een oude spoorbedding langs de uiterwaarden van de Eder te hebben gevolgd blijkt dat een misrekening. Dan lacht het geluk ons echter toe: even van de route af vinden we de boerderijwinkel toebehorend aan het melkveebedrijf van de familie Henk. De lollige vent des huizes heeft nagelaten rabarbertaart met slagroom voor ons klaar te zetten, maar we eisen wel de laatste twee flesjes frisdrank op – melk en chocomel is er vanzelfsprekend in overvloed – en zetten ons op een van de belendende picknicktafels teneinde nieuwe krachten te verzamelen.
     We passeren de houten toegangspoort van de Via Adrina – het eigenlijke startpunt – en we prijzen ons gelukkig elders te zijn begonnen: het serpentinepaadje dat venijnig steil oploopt en waaraan geen einde lijkt te komen zal nog stramme onderdanen in sneltreinvaart doen verzuren.
     De volgende kilometers doen in hun opvallende afwisseling van ondergrond en landschapstypen niet onder voor de voorgaande.
     We zijn de omsingeling van het Ederdal nog maar amper begonnen, of een pension met panoramaterras dat die naam dubbel en dwars verdient kondigt zich aan. De waardin is in de tuin aan het werk, maar laat zich maar al te graag verleiden tot het aansnijden van de sinaasappel-kwarktaart en het inschenken van Apfelschorle. Ook is ze bovengemiddeld geïnteresseerd in hoelang we nog denken nodig te hebben tot het metaforische finishlint.
     "Het lijkt vanavond pas te gaan onweren," zegt ze, met welke geruststelling eventuele zweempjes van aankomstdrang als sneeuw voor de zon zijn verdwenen.
     Met frisse energie hervatten we de Via Adrina, die nu merendeels ruime steenslagpaden kiest en nog enkele heuvels oversteekt. Her en der hebben de ontwerpers echter geopteerd voor nogal vergezochte uitstapjes die weinig additionele waarde bieden ten opzichte van de hoofdroute en louter lijken te zijn opgenomen in de rondwandeling om "een paar extra punten [te] verdienen voor de kwalificering als Premium-Wanderweg" (dixit Travellers). Ons inziens heeft deze eendaagse N70-swagger te over, maar de Gelderse evenknie heeft geen malle zijsprongetjes nodig om te schitteren. Immer geradeaus gebiedt de kaartlezer derhalve, die enkel de hand per ongeluk over zijn hart strijkt bij wat met de kennis van nu een voormalige irrigatiesloot uit de negentiende eeuw is in plaats van een drassige greppel die smeekt om de snoeischaar.
     Op het prestigekruispunt in Schwarzenau kijken we fluks naar links en naar rechts, niet omwille van tegemoetkomend verkeer, maar om de mogelijke aanwezigheid van beparasolde terrasjes na te trekken. Voor onze nonchalance aangaande het laatste in combinatie met nalatigheid inzake het bestuderen van het hoogteprofiel worden we na het passeren van de brug over de Eder gestraft: de Via Adrina gaat in één ruk van zijn laagste naar zijn hoogste punt, 180 hoogtemeters schoon aan de haak, in de zinderende hitte, zonder enige vorm van beschutting. Het is niet wat je zegt een Galibier, hooguit een miezerig côteje, maar het chagrijn dat in eerste instantie alleen in mijn benen zit borrelt onafwendbaar naar boven. De vrolijk fluitende inboorling die halverwege de klim zijn hond uitlaat heeft daar generlei invloed op: de Côte de Haute Vallée des Gîtes doet mijn grinta in een letterlijke vloek en dito zucht eroderen. Pas op de hoogvlakte gaan we onder de flamme rouge door en is het nog even zoeken naar de auto. In ons onderdak wachten de koelkast, de pasta, de bonensalade, de sla en de gehaktballen.
     Als we op het terras de dag afpilsen en we door het volledige personeelsbestand van de boerderij hartelijk worden toegezwaaid, betrekt de hemel en trekt de wind aan, en slaan regen, donder en bliksem alsnog toe. Een hartgrondig "Alter Schwede!" blijft hoegenaamd uit, vermits de voorheen pittige buien onderweg blijkbaar op een klont kryptoniet zijn gestuit.

Dag 7: Rotmilan-Höhenweg Südschleife
Zaterdag 30 mei 2026

​De wind is duchtig aangewakkerd en brengt vanuit het westen enige verkoeling, maar ook het nodige vocht met zich mee: het is klam als in een reptielenhuis en de heuvels in de verte worden versluierd door vormeloze, nevelachtige wolken. Zelfs bij lage inspanning draaien mijn zweetklieren op volle kracht.
     We kunnen kiezen uit drie opties: twee van ruim twintig kilometer en een korte variant van veertien kilometer, waarbij we hoe dan ook een deel van de zuidelijke uitloper van de Rotmilan-Höhenweg aandoen. Om onze respectievelijke lijven een soepele overgang naar het kantoorleven van alledag te gunnen, maar vooraleerst omdat de inspiratie ver te zoeken is vandaag, prefereren we het laatstgenoemde alternatief, temeer daar we geenszins in vervoering raken van een lange klim van 18% die bij beide andere mogelijkheden veel aandacht opeist.
     Vanuit Hof Schneider volgen we de Struthbach van bron tot monding, met een lengte van ternauwernood twee kilometer niet bepaald een Amazone. Het is voorwaar geen sinecure het enigszins overgroeide oeverpaadje aan te houden. De K40 die zich links van ons zou moeten bevinden zou de navigator enige houvast kunnen bieden, ware het niet dat er geen gemotoriseerd verkeer is; zoals al de hele week het geval is ligt dit deel van het Sauerland, ver weg van de toeristische centra, er verlaten bij.
     We klimmen een asfaltweggetje op, langs een boerenhoeve, en op een driesprong, vlak voor een wemeling van liefst drie huizen die met de naam Garsbach door het leven gaat, nemen we de doorsteek die ons doet boeten voor ons gebrek aan elan. Het ooite bospad is herschapen in een slordige grind- en zandweg zo breed als de Polderbaan, die het immense bouwterrein dat we thans doorkruisen moet ontsluiten. Naar verluidt houdt een Deense projectontwikkelaar zich hier onledig met het laten verrijzen van een elftal windmolens. We passeren de opstelplaats met de nog te assembleren kranen die te zijner tijd de door de "krant" van wakker Nederland zo genoemde klimaatminaretten omhoog moeten hijsen.
     Na de ondermaatse afsteker dalen we af tot in het valleitje van de Mennerbach, wiens koers we nu per saldo voorlopig stroomopwaarts volgen. We wandelen bovenlangs weilanden met fraai uitzicht, plunderen ons lunchpakket op een van de bankjes rond een Wassertretbecken en slaan dan een weinig gebruikt, rommelig bospad in, waar we ons verderop in bochten moeten wringen om een – gisteravond? – omgewaaide boom te kunnen passeren. Met een gat in mijn wandelbroek en een daaraan gelieerde schaafwond op mijn bovenbeen steken we een glooiende vlakte met hoog gras over. Ten slotte is er wederom een slotklim van ruim tweehonderd hoogtemeters, maar we zijn inmiddels door schade en schande wijs geworden: mentaal zijn we erop voorbereid. Bovendien moeten we bovenop constateren dat we voor hetere vuren hebben gestaan, en aldus dreigt er te elfder ure toch nog algehele fitheid. Mede doordat een eet- en drinkgelegenheid op luttele kilometers voor het einde – feitelijk de buren van de Schneidertjes – zijn deuren definitief heeft gesloten, zijn we al voor drieën terug. Op het balkonnetje dat wordt gesandwicht door onze kamers verbeiden we de tijd tot we ter tafel worden genood.
     Voor het laatst laven we ons aan mevrouw Schneiders deftiger Hausmannskost, zoals ze het zelf pleegt te noemen: tomatensoep; ardappelpuree; salade; vis met remouladesaus, courgette en paprika; karamelvla met room toe.

Dag 8: Christianseck – Nijmegen – Alverna
Zondag 31 mei 2026

Ons laatste ontbijt wordt meteorologisch begeleid door regen en gerommel. We geven mevrouw een gulle fooi en na het inpakken van het reisgoed is het droog geworden. Door een combinatie van wegafzettingen, omleidingen en koppigheid van scribent dezes gaan twee uur voorbij alvorens we het Sauerland uit gemanoeuvreerd zijn en we een oprit van de Autobahn onder onze banden hebben. Desondanks zijn we ruim voor het avondeten thuis.