Rons reisdagboeken
  • Thuis
  • Ron
  • Reisdagboeken
    • 2004 >
      • West-Canada
    • 2005 >
      • La Palma
      • Ardennen
    • 2006 >
      • Picardie
      • Turkije
      • Zwarte Woud
      • Luxemburg
    • 2007 >
      • Cuba
      • Dolomieten
      • Egypte
    • 2008 >
      • La Palma
      • China
      • Tokio
      • Oostenrijk
    • 2009 >
      • Lesbos
      • Boedapest
      • Vulkaaneifel
      • Westelijke VS
    • 2010 >
      • Madeira
    • 2011 >
      • Gent
      • Oostenrijk
    • 2012 >
      • Oostenrijk
      • Ardennen
    • 2013 >
      • Noord-Macedonië
    • 2014 >
      • Bulgarije
      • Ruhrgebied
    • 2015 >
      • Tadzjikistan
    • 2016 >
      • Kirgizië
      • Kroatië
    • 2017 >
      • Kaapverdië
      • Düsseldorf
      • Normandië
      • Slowakije en Krakau
    • 2018 >
      • Vietnam
      • Bergisches Land
      • Tallinn en Helsinki
      • Westelijke Balkan
    • 2019 >
      • Bolivia en Chili
      • Georgië
      • Rügen
    • 2020 >
      • Twente
      • Eifelsteig
    • 2021 >
      • Drenthe
      • Hondsrug
      • Schluchtensteig
    • 2022 >
      • Twente
      • Charleroi
      • Hermannsweg
      • Friesland
      • Azoren
      • Algarve
    • 2023 >
      • Klingenpfad
      • Malerweg
      • Albanië
      • Picos de Europa
    • 2024 >
      • Elzas
      • Duits-Luxemburgs Natuurpark
      • Galicië
      • Amalfikust
      • Evia
    • 2025 >
      • Tenerife en La Gomera
      • Luxemburg
      • Altmühltal-Panoramaweg
      • Andalusië

Zondeval
Wandelen en strompelen rond Ronda en Almuñécar

Het eerste deel van mijn Andalusië-Doppelpack doet mij belanden in Ronda respectievelijk Almuñécar, uitvalsbases voor kust-, berg- en stadswandelingen in de omgeving. Het land van de ondersteboven vraag- en uitroeptekens zou op de gebieden van weer, natuurschoon, architectuur, gastvrijheid en -ronomie andermaal verre van teleurstellen. De enige haar in de gazpacho zou een halverwege op te lopen enkelblessure zijn, waardoor bergpattae tijdelijk werkloos toe zouden moeten kijken, een en ander ten faveure van de zwembroek.

Dag 0 en 1: Alverna – Amsterdam – Málaga – Ronda
​Zaterdag 11 en zondag 12 oktober 
2025

Zoals te doen gebruikelijk in het geval van een ochtendvlucht laat ik mijn haringgrijze scheurijzer de dag voorafgaand aan de heenreis achter in de garage van P3 en tijg ik naar het spaarzaam verbouwde, doch onvermoeibaar schijtlollige Citizen M. Gezeten op het even royale als vierkante bed verdeel ik mijn aandacht tussen mijn alhier traditionele avonddis van sushi en chips, en een stuk over deportaties in de Azijnbode.
     Ten zuiden van 45 graden noorderbreedte krijgt de kleur bruin de overhand in het landschap elf kilometer onder onze voeten. De Zuid-Franse tangramkavels gaan over in de vooralsnog sneeuwarme Pyreneeën, wier plek op hun beurt wordt ingenomen door kidneyboonkleurige akkers, heuvels in chocoladetinten en Tsjernobylblauwe stuwmeren, welke laatste, naarmate we de Costa del Sol naderen, worden ingewisseld voor privézwembaden.
Op de luchthaven van Málaga ontmoeten we onze reisbegeleider, die weliswaar Schagen als geboorteplaats in zijn paspoort heeft staan, maar getogen is in Andalusië, en derhalve vloeiend Spaans en ietwat roestig Nederlands spreekt – een win-gano-situatie als het ware.
     We worden getransfereerd naar Ronda, anderhalf uur gaans verderop, waar we onze intrek nemen in een stadshotel, waar ik room 101 krijg toebedeeld, een efficiënt geoutilleerde, koele kamer uitkijkend over een binnenplaatsje. We vinden een vrij tafeltje op een naburig terras – voorwaar geen sinecure, gezien de zonovergoten condities, alsmede het feit dat tout Spanje in de hoedanigheid van een nationale feestdag de aankomst van Christoffel Columbus op het Amerikaanse continent in 1492 herdenkt – waar we een even kleine als uitgestelde lunch gebruiken. Luttele uren later vervolgen we onze gastronomische kennismaking met onze bestemming in een tapasrestaurant, waarna we de dag afsluiten met koffie op een terras.

Dag 2: Ronda – El Tajo – Ronda
Maandag 13 oktober 2025

Jarenlang was scribent dezes in de boude veronderstelling dat uitsluitend Sevilla, Córdoba en Granada de places to be waren in het Andalusische, en dat Ronda louter een concertzaal in het Utrechtse TivoliVredenburg placht te wezen – ten onrechte: onder vrienden, collega's en andere gesprekspartners bleek Ronda in de hoedanigheid van stad annex toeristische trekpleister wel degelijk de nodige bekendheid te genieten. De tegeltjeswijsheid "je bent nooit te oud om te leren", hoe belegen ook, weigerde andermaal zijn aloude positie amper bezijden de waarheid prijs te geven.

Ronda is een gedeelde stad, waarbij de bedoelde scheiding in twee helften niet wordt geëffectueerd door middel van een muur, een landsgrens, een rode lijn, een groene lijn of een frietgele lijn met glittertjes, maar door een smalle, doch meer dan honderd meter diepe kloof, getooid met de koosnaam El Tajo, tevens het resultaat van de eroderende werking van de rivier de Guadalevín. Het historische centrum enerzijds en het jongere stadsdeel aan gene zijde van de canyon zijn door drie monumentale bruggen met elkander verbonden, waarbij de imposante Puente Nuevo, een 98 meter hoge boogconstructie, het glansrijk van de andere twee overspanningen wint op ansichtkaarten en koelkastmagneetjes. Voor het overige is Ronda goeddeels opgetrokken uit wit gepleisterde opstallen, naar zal blijken een goede gewoonte dan wel dingetje in de zuidelijkste regio van het Spaanse vasteland.
     Terwijl de koperen ploert geen strobreed in de weg wordt gelegd, kuieren we in de richting van de arena ter stierenvechting, welk strijdperk van bedenkelijk allooi we letterlijk rechts en figuurlijk links laten liggen, en doen voorts een lommerrijk stadspark aan dat bovenlangs de steilrand van El Tajo is gesitueerd en hierom is geoutilleerd met diverse uitzichtpunten, waaronder het curieus geëtiketteerde balcón del coño – lezer dezes wordt verzocht de vertaling eigenhandig op te snorren. De panorama's zijn dermate de moeite waard dat een krasse tachtiger van autochtone komaf danig moet temporiseren om het bilateraaltje met onze reisbegeleider op gang te kunnen houden. Ten slotte dalen we af tot op de bodem van de vallei, een landschap van overwegend agrarische snit, gesandwicht door verticale rotswanden. De gelukkige eigenaar van een van de riante landhuizen alhier noodt ons tot het bezichtigen van zijn akkertjes en fruitboomgaarden, inclusief een bescheiden plukken; ter hoogte van zijn woonst aan de overzijde van het asfaltweggetje houden zich een Mariakapel en een Japanse tuin met ministoepaatjes op. We blazen het verhaaltje van de onderhavige inloopwandeling uit middels een pittig klimmetje dat aanvankelijk in de richting van de Puente Nuevo voert en na een haakse bocht regelrecht afkoerst op een terras in de oude stad. Aldaar lessen we de dorst, vooraleer we ons gedwee laten flessen bij het aanpalende restaurant: naar zeggen zijn we te vroeg voor het voordelige menú del día; wel kunnen we de gerechten die onder gememoreerde noemer vallen los bestellen, naar zal blijken een recept voor een gepeperde rekening. Ik betaal de hoofdprijs voor een bordje onaangemaakte salade waar een shoarmazaak zich nog voor zou schamen en een karig gevulde, lauwwarme kikkererwtensoep die voor berza andaluza door moet gaan.
     Nadat ik 's middags alle paden en straatjes doorheen, bovenlangs en onderlangs hartje Ronda heb bepoteld, wordt de herinnering aan de weinig verheffende lunch naar een meer woest en ledige hersenkwab gemigreerd door toedoen van een botermalse varkenswang uit het gastronomische boekje. We halen dan ook onze respectievelijke schouders op op hetzelfde terras als gisteravond, waar de melkschuimvoorraad klaarblijkelijk is uitgeput en de cappuccini zodoende met slagroom worden geserveerd.

Dag 3: Ronda – Benaocaz – Grazalema – Ronda
Dinsdag 14 oktober 2025

Daar waar de Middellandse Zee het Iberisch schiereiland kust mag het een eldorado voor bakvee, strandslaven en de Zangeres Zonder Naam zaliger zijn, slechts een weinig landinwaarts bevindt zich een resem sierra's waar Moeder Natuur de broek aanheeft en wandelaars zich naar hartelust kunnen uitleven. Vandaag staat de Sierra de Grazalema op de rol, een relatief klein, doch afwisselend natuurpark een uurtje rijden ten westen van Ronda. Ook ter linker- en rechterzijde van de aanrijroute rijzen grillige heuvelkammen uit de hoogvlakte hemelwaarts; olijfboomgaarden, graanakkers en boerenhoeves – waarvan er vele zijn verlaten en vervallen – baden in de ochtendzon.
     Benaocaz, waar de wegen van de groep en de chauffeur tijdelijk scheiden, is een van de om en nabij twee handen vol zogenoemde pueblos blancos in de binnenlanden van Andalusië: nederzettingen met wit gekalkte opstallen, die zich niet zelden als adelaarsnesten boven het omliggende terrein verheffen. Het onderhavige exemplaar is niet meer of minder dan een bescheiden lintdorp, waar hedenochtend het leven zich vooralsnog niet op straat afspeelt en de horeca nog geen cafeïnebehoeftigen wenst te ontvangen; het enige teken van leven is een autochtoon die zich in zijn garage heeft verschanst. Voorbij de laatste huizen vangt een vals plat aan dat zich tot na de lunchpauze uitstrekt, doorheen een sterk heuvelend, in aardetinten geschilderd land dat wordt omringd door verweerde, gegroefde, wit-grijze toppen. De arena bestaat uit een even wildromantische als harmonische mix van graslandjes en kalksteenrotsen, bezaaid met knoestige steen- en kurkeiken. Het is fluiten geblazen naar geplaveide paden doorheen wilde pracht dezes: in het gunstigste geval worden onze zolen door stenige geitenpaadjes op de spreekwoordelijke proef gesteld; hier en daar dwingen rotspartijen ons echter tot enig klauterwerk.
     Zodra we de pas over zijn wordt het landschap zonodig nog ruiger, maar ook groener, in het bijzonder door toedoen van de zilverspar, die hier in groten getale gedijt. Daar waar het naaldbos wijkt, passeren we een handvol grazende kuddes van schapen en koeien, alsmede enkele even verdwaalde als verwaarloosde stenen boerenschuren. Een steile afdaling over slingerende kiezelpaadjes brengt ons ten slotte in de habitat van de vale gier: in een verticale muur van kalksteen – een bezienswaardigheid op zich – hebben zich tientallen exemplaren genesteld. Ze zweven af en aan en hun stemgeluid galmt door de vallei. Nadat we ons van het tafereel hebben kunnen losweken, bereiken we al snel Grazalema, dat we al in de diepte zagen liggen. We maken er dankbaar gebruik van een terras voordat we in de bus stappen.

Dag 4: Ronda – Sierra de las Nieves N.P. – Ronda
Woensdag 15 oktober 2025

Deze woensdag staat in het teken van de Sierra de las Nieves, een toponiem dat zich laat vertalen naar sneeuwbergen. Ondanks de nabijheid van de Costa del Sol en steden die berucht zijn om de verzengende hitte – zoals daar zijn Sevilla – zijn barre, winterse omstandigheden het onderhavige nationale park niet vreemd. We zouden onderweg zelfs een sneeuwput tegen het spreekwoordelijke lijf lopen, die in het tijdperk voor de uitvinding van de koelkast diende ter opslag van het witte goedje, dat op zijn beurt in de zomer werd gebruikt ter voorkoming van acute bederving van etenswaren. Overigens is van genoemde vormen van extreem weer vandaag in het geheel geen sprake: zon en mistbanken slaan de handen ineen, waarbij eerstgenoemde het kwik laat klimmen tot alleszins christelijke waarden.
     De Sierra de las Nieves reikt weliswaar hoger dan zijn conculega-sierra nabij Grazalema, de toppen zijn meer afgerond en de panorama's weidser. De wegen die het gebied ontsluiten zijn alle onverhard, en dat zullen onze respectievelijke achterwerken weten, bevallig of niet: de heenrit voert het laatste kwartier over een gestaag omhoog voerend, louche wasbordparcours, niet bepaald het visitekaartje van de Spaanse evenknie van Rijkswaterstaat. De combinatie van het oneffen wegdek met het roedel rood en geel brandende lampjes op het dashboard doet de kans dat we de internationale pers tegen wil en dank aan het werk zetten toenemen, maar ten langen leste stappen we levend en wel uit bij een soort natuurpoort, uitgerust met een gebarricadeerd toiletgebouwtje, een informatiepaneel en een heksenkring van picknicktafels. In een poep en een scheet verlaten we het hoofdpad en krijgen we een stijging van vierhonderd hoogtemeters voor de kiezen door een halfopen bos van zilversparren, met almaar fascinerender vergezichten over de alpiene wereld om ons heen. Halverwege de klim wordt de begroeiing duidelijk minder dicht en op 1.700 meter boven zeeniveau bereiken we een open vlakte bezaaid met rotsblokken, waar slechts nog lage struiken de thans door afwezigheid schitterende elementen weten te trotseren. Terwijl we ons noenmaal gebruiken, genieten we van het sprookjesachtige uitzicht op de mistvelden die zich tegen de hellingen hebben gevleid en van lieverlee ten prooi vallen aan de koperen ploert.
     We dalen af door het bos, aanvankelijk geleidelijk, doch later met straffere hellingspercentages. Het contrast tussen de lommerrijke paden en de vrijwel geheel van vegetatie gespeende, hopjesvlakleurige koepelbergen in de verte is verbluffend. Met dorstige kelen voltooien we de rondwandeling; de koelbox die onze chauffeur rijkelijk heeft gevuld met bier en frisdrank wordt dan ook met zowel gezwinde spoed als gepaste dankbaarheid geleegd.
     Alvorens we aan tafel gaan, zijn we getuige van een beknopt gitaarconcert van ene Paco. Ik verorber een gazpacho en een lamsbout met de feeëriek geïllumineerde Puento Nuevo nadrukkelijk in mijn gezichtsveld.

Dag 5: Ronda – Setenil de las Bodegas – Ronda
Donderdag 16 oktober 2025

De kansen voor mistvorming zijn gedecimeerd tot nihil en derhalve is de zon de hele dag present. Na twee dagen toeven in de ongerepte natuur volgt een bezoek aan Setenil de las Bodegas – wij mogen voor de gelegenheid Setenil zeggen – op een stief kwartier rijden van ons onderkomen. Setenil is een vreemde eend in de bijt qua pueblos blancos: in tegenstelling tot het gros der witte dorpen is het gesticht in een beekdal. Maar de claim to fame is welbeschouwd het gegeven dat een deel van de huizen in feite holenwoningen betreft: natuurlijke grotten die door het zachte zandsteen relatief gemakkelijk konden worden opgeschaald tot even bona fide als permanente verblijven. Doordat overhangende rotsen konden fungeren als dak, was nog slechts een voorgevel benodigd. In de loop der tijd heeft op de steile hellingen hogerop additionele bebouwing het licht gezien, evenzeer in Dato-witte stijl; de oevers zijn onder auspiciën van handige jongens (m/v) doorontwikkeld tot horeca-accentgebied.
     Zoals alle dagjesmensen laten we ons voertuig achter op een stoffige vlakte even buiten het dorp, en hoewel er zelfs oranje hesjes aan de rand van de bebouwde kom staan geposteerd om het gemotoriseerde verkeer zoveel mogelijk naar parkeerplaatsen in de directe omgeving te dirigeren, is de Calle Cuevas del Sol, het door rotspartijen overkoepelde, smalle horecastraatje aan de zongerichte oever van het water, verre van autovrij. De eerste indrukken van Setenil zijn niet louter positief door het chaotische leveranciersverkeer en de wemeling van toeristen. Na een café con leche zonder ik me tijdelijk af van het reisgezelschap en op enige afstand van de cafés en restaurants blijkt de drukte prima te behappen. Prachtige kronkelstraatjes en mooie uitzichtpunten wisselen elkaar in rap tempo af. Zoals het een pueblo blanco betaamt bevindt zich op het hoogste punt een Moors kasteel – of wat daarvan resteert na de reconquista, de christelijke herovering van het Iberisch schiereiland op de islamitische Moren.
     Een groot deel van de middag brengen we door op een zonovergoten dakterras om de verjaardag van B. luister bij te zetten. Tapa na tapa passeert de revue respectievelijk onze slokdarmen, totdat we collectief ploffen. Dat een deel van de groep, waaronder scribent dezes, 's avonds nog downtown Ronda in trekt om het op een dineren te zetten mag een klein wonder heten.

Dag 6: Ronda – Rifugio de Juanar – Marbella – Almuñécar
Vrijdag 17 oktober 2025

We laten Ronda definitief achter ons, slingeren door de bergen in de richting van de zee, rijden door de hoger gelegen rafelranden van Marbella en klimmen ten slotte de Sierra Blanca in voor de wandeling die de rit van drieënhalf uur naar onze tweede overnachtingsplaats moet onderbreken. Voor we beginnen aan wat onderaan de streep een lange, eenvoudige afdaling naar een barretje in de reeds gememoreerde mondaine badplaats is, worden de cafeïnespiegels op peil gebracht in de Juanar-berghut – het ontbijt in het hotel te Ronda was weliswaar boven verwachting, doch wat voor koffie moest doorgaan kwam uit een warmhoudketel.
     Aanvankelijk voert de tocht over brede zandpaden door een dennenbos. We wanen ons op een paaltjesroute op de Veluwe en problemen lijken dan ook verder weg dan ooit. Daar waar het egale pad nauwelijks waarneembaar hoogte wint op weg naar een mirador lig ik pardoes languit op de grond met een verstuikte enkel en een bezeerde knie – na mijn achillespeesblessure die ik anderhalf jaar geleden opliep in Galicië blijkt ook het zuiden van Spanje mijn ledematen ongunstig gezind. Een gevulde sneeuwput, laat staan een vriezer met ijsblokjes is vanzelfsprekend in geen velden of wegen te bekennen; het goede nieuws is dat ik kan lopen en de wandeling derhalve met enige moeite kan voltooien. Met name de laatste kilometer over asfalt is een tour de force; met bovengemiddelde belangstelling lees ik de resterende afstand op de handwijzers en beweeg ik mij tergend langzaam voort naar de spreekwoordelijke stal. Zoals er vanaf het uitzichtpunt donkere wolken hingen boven Marbella, hangen er nu donkere wolken boven de tweede helft van mijn vakantie.
     In een kleine twee uur worden we naar ons verblijf in Almuñécar getransfereerd, aan gene zijde van Málaga. De volstrekt inwisselbare badplaatsen in de overgangszone van de Costa del Sol naar de Costa Tropical rijgen zich aaneen en vormen zo een sterk contrast met de ongerepte natuurgebieden en de verstilde dorpjes van de afgelopen dagen. Het uitzicht op Málaga, met 600.000 inwoners de zesde stad van Spanje, doet mij evenmin spinnen van genot met zijn grote containerhaven en eindeloze rijen betonnen flatgebouwen. Ofschoon de welstandscommissie van Almuñécar ook weinig in de melk te brokkelen lijkt te hebben, wordt dit kustoord gedomineerd door laagbouw, kan het pronken met een aardig centrum rond een Moors kasteel en is het voorzien van een op het oog gemoedelijk zand- en een kiezelstrand die van elkaar worden gescheiden door een uitstekende rotspunt. Ons hotel, Casablanca gedoopt, ligt aan een pleintje met terrassen op nog geen honderd meter strompelen van de branding, en heeft een interieurontwerper zich laten uitleven op elementen uit de islamitische bouwkunst.  
     Mijn culinaire behoeftes worden ruimschoots bevredigd bij een strandtent om de hoek: vissoep en een royale schotel met zeevruchtenassorti.

Dag 7 en 8: Almuñécar
Zaterdag 18 en zondag 19 oktober 2025

Behalve dat de misselijkheid na het naar buiten klappen van de voet schitterde door afwezigheid, is er sprake van een schoolvoorbeeld van een verzwikte enkel: bloeduitstortingen overal waar het oog kijkt, terwijl het gekwetste gewricht de grootte van een pruim heeft aangenomen. Voor zover dat nog niet zonneklaar was, moet ik de vandage bergwandeling aan me voorbij laten gaan, en die van morgen hangt ten enenmale aan een zijden draadje. Ik heb de veranderde omstandigheden echter reeds geaccepteerd en geef me dan ook over aan een loom reggaeritme. Even na twaalven lunch ik in hetzelfde etablissement als gisteravond – de gerant kent me al bij naam, hetgeen hem, telkens als ik een cola bestel, de mogelijkheid verschaft de kwinkslag "una cola sin ron para Ron" te berde te brengen. Het restant van de middag pendel ik tussen kiezelstrand, zee en horeca, waarbij het lopen me stukje bij beetje beter afgaat. Ik sluit de dag af met paella in een tochtige gelegenheid en een pacharan op het terras van het hotel.
     De volgende dag is de zwelling ontegenzeglijk geslonken en is de tijd mijns inziens aangebroken om de enkel aan een behoedzame test te onderwerpen. Na een veilig, want vlak heen-en-weertje over de kustboulevard waag ik me in het oude gedeelte, waar de smalle straatjes somtijds een hellingshoek aan de dag leggen om u tegen te zeggen. Enkele terrasjes zijn bevolkt door autochtonen die daar hun zondagse autochtonending doen; voor het overige is het centrum, dat pittoresk is, doch verstoken van highlights pur sang, vooralsnog een oase van rust. Met bloemen- en plantenextravaganza opgeleukte steegjes met witte woninkjes leiden naar de burcht, waar ik tegen een kleine vergoeding mag rondneuzen. Ten slotte daal ik langs de botanische tuin en door een park met de overblijfselen van een Romeinse viszouterij af naar zeeniveau, om tot de conclusie te komen dat de enkel het gehouden heeft.
     De kruidenier achter het hotel blijkt te worden gerund door twee zeldzaam chagrijnige, ongeïnspireerde meiden. Zelfs als ik ze verlos van een van de vergeelde koelkastmagneetjes die nochtans voor de volle mep worden aangeboden, weigeren hun respectievelijke mondhoeken stoïcijns enig tegenwicht te bieden aan de zwaartekracht en blijft hun werktempo nagenoeg non-existent. Aanmerkelijk opgeruimder ("Una cola sin ron para Ron!") is het bedienend personeel bij mijn min of meer vaste stek aan het strand, waar ik de pizzaoven laat aanzwengelen.
     Bij een oud baasje huur ik een ligstoel en parasol teneinde de middag weldadig te kiezelstrand en ter zee stuk te slaan. Rond klokke vier vervoegen de eerste reisgenoten, moe door menig klem dan wel voetangel in de bergen, zich bij mij – en daar is het mannetje al om de huurpenningen voor het strandgerief te innen. Hij beweegt zich dermate traag voort met zijn krukken dat je drie uur gratis en voor niks in de schaduw zou kunnen liggen als je honderd meter westwaarts davidhasselhofft.

Dag 9: Almuñécar – Salobreña – Almuñécar
Maandag 20 oktober 2025

Het herstel van mijn enkel vordert dusdanig voorspoedig dat ik het, weliswaar met de boel semi-professioneel ingetapet, aandurf de wandelvakantie te hervatten. Het aangedane gewricht zal sowieso niet tot het uiterste worden gedreven, vermits slechts is voorzien in een bondige stads- en strandwandeling.
     Met de openbare bus rijden we in een kwartiertje naar Salobreña, doorheen een omgeving met het nodige reliëf; de struise kustvlakte die zich ter hoogte van onze bestemming ophoudt is dan ook een opvallend element in het landschap. Het plaatsje zelf heeft twee gezichten: de historische kern is opgetrokken en Dato-wit gesaust op de noordflank van een poor man's Uluru, met rondom een nekkussen van vakantiewoningen. Een Moors kasteel uit de tiende eeuw overziet het hele gedoetje. We kuieren kriskras door de even hellende als smalle stegen, nemen de eerste de beste gelegenheid te baat ter consumering van een café con leche, slenteren buitenom het kasteel en dalen ten slotte af naar de kust, waar we een uitgebreid lunchgelag aanrichten in een prima de luxe visrestaurant. We buiken uit op het strand, dat is ingeklemd tussen de Middellandse Zee en uitgestrekte suikerrietplantages, welke laatste tevens dienst lijken te doen als semi-permanente verblijfplaats van deze of gene hippie-achtige, getuige de verspreide tentjes en andere wildbouw. In afwachting op de bus terug naar Almuñécar verbeiden we de tijd op een terras.

Dag 10 en 11: Almuñécar – Málaga – Amsterdam – Alverna
Dinsdag 21 en woensdag 22 oktober 2025

Het heeft de reisorganisatie behaagd een avondvlucht voor ons te boeken, als gevolg waarvan we de laatste dag goeddeels kunnen profiteren van zomerse taferelen aan de Mediterranée in plaats van de loodgrijze luchten en kille motregengordijnen waaronder Nederland thans gebukt gaat. Maar de kamersleutels zijn al aan het dienstdoende personeel overhandigd, de koffers staan reeds ingepakt in een hoek, onze reisbegeleider is tegen wil en dank verworden tot een grieperig hoopje ellende en de zee is te wild om te zwemmen; derhalve ontpopt een en ander zich tot een onvervalste hangdag: een uitzichtpuntje hier, een ommetje over de boulevard daar, terwijl anderen almaar dieper verzinken in boek, kruiswoordpuzzel of mobilette. Zelfs de uitgebreide lunch bij het hotel voelt als een verplicht nummer. Andalusië is allang en breed in duisternis gehuld als Transavia ons uit de onderhavige sleur bevrijdt.